Vragen - jrg. 78-22

ds. Theo Niemeijer • 78 - 2002/03 • Uitgave: 22
Vragen

Vorig jaar werd in Zoetermeer een tempel in gebruik genomen van de Mormonen. Over hun beleving van het geloof stelt W. B. te W. een paar vragen:
• Zijn Mormonen, op grond van Gods Woord, kinderen van God en moeten we ze zien als mede-christenen?
• Wat is de betekenis van hun zoektochten naar familieregisters van soms eeuwen geleden?
• Jezelf voor doden laten dopen op grond van 1 Corinthiërs 15:29.. .hoe zit dat?
• In welke zin moeten we de profeet Hinckley zien als een profeet in bijbelse zin?

Antwoord:
De stichter van de Mormonen, Joseph Smith, werd in 1805 in de Noord Amerikaanse staat Vermont geboren. Als vijftienjarige jongen vroeg hij zich af, nadat hij verschillende kerkgenootschappen bezocht had en de tegenstellingen ontdekte, bij welke kerk hij zich aan zou moeten sluiten. Het goddelijke antwoord op zijn gebed luidde, dat hij zich bij geen enkele bestaande kerk aan zou moeten sluiten omdat al deze kerken een gruwel in Gods ogen waren!

Hierna heeft Smith vele visioenen gekregen, van waaruit God tot hem sprak, totdat de engel Maroni hem een plaats in de staat New York aanwees, waar hij zijn laatste geschreven openbaringen zou vinden. Niet ver van het dorp Manchester, in Ontario Country, vond hij in 1823, naast de Urim en de Thummim en de borstplaat van de Hogepriester, vele gouden platen, die alleen Smith kon vertalen en waaruit het boek Mormon ontstaan is. Dit boek handelt over de geschiedenis vanaf de Babylonische spraakverwarring tot het jaar 424 na Christus. Vele mensen geloofden in de "Gouden Bijbel" waarna in 1830 "De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen" opgericht werd. Na vreselijke vervolgingen trokken ze uiteindelijk met zo'n vijftienduizend volgelingen door de woestijn naar Utah waar ze aan de Zoutzee gekomen het "Nieuwe Jeruzalem" stichtten, een stad die later de naam Salt-Lake-City zou krijgen. De Mormonen geloven, dat zij de tien verdwenen stammen van Israël vormen en dat na de verwoesting van Jeruzalem de Here God gekozen heeft voor het Nieuwe Jeruzalem in Utah.

De grondgedachte voor de Mormonen luidt: "Zoals de mens is, was God vroeger; zoals God is, kan de mens eenmaal worden". De mens is eigenlijk God in kiemtoestand. In dit leven, maar ook na dit leven ontwikkelt de mens zich verder tot God. Een huwelijk, in de tempel van de Mormonen gesloten, wordt ook na het sterven voortgezet. Men is zeer geïnteresseerd in de geslachtsregisters omdat men zich ook nog voor de reeds gestorvenen kan laten dopen. Het ligt aan de gestorvenen zelf om deze doop te accepteren of niet. Dit is onder andere de reden van het zich verdiepen in de geslachtsregisters.

Het gedeelte uit 1 Corinthiërs 15:29 heeft echter een geheel andere betekenis dan die, welke de Mormonen er aan geven. Het gaat in dit hoofdstuk over de realiteit van de opstanding van Christus. In de tijd van de eerste gemeente waren er vele martelaars, die om Christus wil gedood werden. Voor de gelovigen van de gemeenten was het een eer om de lege plaatsen die de martelaren achterlieten weer op te vullen en daarmee ook bereid waren de dood in te gaan. In Marcus 10:38-39 spreekt de Here Jezus over "de doop, waarmee Hij gedoopt zal worden" waarmee Hij het over zijn sterven heeft. In 1 Corinthiërs 15:29 gaat het dan ook over broeders, die bereid zijn zich te laten dopen (als martelaar te sterven), in navolging van hen, die reeds gestorven zijn. De Bijbel, zoals wij deze kennen, wordt door de Mormonen niet geaccepteerd. Alleen een bijbelvertaling, die in overeenstemming is met het boek van Mormon.

Hinckly mag dan ook wel de president en de profeet van deze kerk heten, maar dan toch niet een profeet in de zin van Gods Woord. Wanneer het boek Mormon en de uitspraken van deze profeet hetzelfde gezag uitstralen als de Bijbel, en dat doen ze, dan is het voor ons duidelijk om in deze godsdienst, waarin elementen van de Islam, het Jodendom en het Christendom verenigd zijn, af te wijzen. De gemeente van Christus zal zich juist in de laatste dagen alleen vast moeten houden aan het onfeilbare gezaghebbende Woord van God en niets en niemand anders!


Kunt u mij vertellen op welke manier ik het principe van Mattheus 6:3 "Laat uw linkerhand niet weten wat uw rechter doet" in praktijk kan brengen? (C. G. te M.)

Antwoord:
We moeten hierbij niet vergeten om welke misstanden het in dit gedeelte van de Bijbel handelt. Er waren mensen, die het luid voor zich uit lieten bazuinen hoeveel aalmoezen ze wel gaven om daarmee door het volk geëerd te worden. In Marcus 12:41-44 lezen we de geschiedenis, waarin de Here Jezus tegenover de offerkist gaat zitten en met aandacht toekijkt, hoe de mensen in deze kist hun offers werpen. Er staat niet dat Hij kijkt hoeveel, maar hoe men in de offerkist wierp. Een arme weduwe wierp twee koperstukjes (een duit) in de offerkist waarop de Here Jezus deze vrouw ten voorbeeld stelde... ze heeft gegeven vanuit haar armoede, alles wat ze bezat! Mensen, wat kunnen we hier veel van leren. 2 Corinthiërs 8 en 9 onderwijzen ons hierover en wijzen ons de weg naar een bijbels rentmeesterschap van onze financiën.

De Here Jezus maakt nu duidelijk dat het niet om de eer van mensen gaat, maar om Zijn eer. Heel praktisch is het dat de penningmeester van de gemeente een geheimhoudingsplicht van de inkomsten, die van de gemeenteleden binnenkomen, in acht neemt. Voor de goede orde dient de penningmeester de zaken met een ander betrouwbaar persoon te behandelen. Maar het principe, dat de Here Jezus ons leerde blijft...geeft het aan de Here en niet tot eer van mensen.



Als de Gemeente wordt opgenomen, geldt dit dan ook voor kleine kinderen van niet gelovige ouders? In dat geval zal de opname voor deze ouders veel verdriet teweegbrengen, naast de vele rampen die door de opname veroorzaakt zullen worden. (M. O. te Z.)

Antwoord:
We moeten oppassen om hierbij niet op Gods troon te gaan zitten. We lezen in Gods Woord over een onpartijdig oordeel... we kunnen deze zaken dus rustig aan God overlaten. De grootste zonde, waarvoor geen vergeving bestaat, is het afwijzen van de Here Jezus als Verlosser. Hele kleine kinderen hebben de kans nog niet gehad om dit te doen en zijn op grond van het niet afwijzen van de Here Jezus dan ook niet verloren. We lezen ook in Gods Woord, dat Hij niet wil, dat iemand verloren gaat maar dat allen behouden worden. Daarnaast moeten we niet vergeten, dat kinderen al heel vroegtijdig bewust kunnen geloven. Er zijn vele voorbeelden te noemen van dienstknechten van God, die al heel vroeg in hun leven de Here Jezus in hun hart toegelaten hebben.
De opname der gemeente zal inderdaad haar sporen op aarde achterlaten. Het moment zelf vindt plaats in een oogwenk maar de gevolgen daarna zullen zeker waarneembaar zijn. Toch zal een leugengeest de ogen van velen toesluiten voor het ware gebeuren, waardoor de mensen zich tegen God blijven verzetten en de antichrist zullen volgen en uiteindelijk hem zullen aanbidden.


Er wordt in Zacharia 4 over de twee Olijfbomen gesproken, die hun olie via toevoerbuizen in de kandelaar laten afvloeien. Zijn deze Olijfbomen dezelfden als de Olijftakken in dit hoofdstuk, en wie zijn deze Olijfbomen? (H. v. N. te W.)

Antwoord:
In Openbaring 11:4 vinden we deze Olijfbomen terug en dan hebben we waarschijnlijk te maken met Mozes en Elia als de twee getuigen, die vlak voor de wederkomst onder Gods volk zullen werken. Mozes, de grote leider van Gods volk en Elia de grote profeet, die Gods volk weer terugleidde in de aanbidding van Jahweh. Als voorbidders staan zij gedurig voor Gods troon om voor hun volk dat nog op aarde verblijft, te bidden en Gods zegen over hen af te smeken.

ds. Theo Niemeijer