Vragen - jrg. 80-06

ds. Theo Niemeijer • 80 - 2004/05 • Uitgave: 6
Vragen



Pas hoorde ik een preek over 2 Samuël 21, betreffende de moord op de zonen van Saul door de Gibeonieten, waar David toestemming voor gegeven had. Hoe moeten we deze schanddaad, waar God Zelf op aangedrongen had, in het licht van de Bijbel bezien. (J. v.d. H. te T.)



Antwoord:

In Jozua 9:3-15 lezen we dat Israël voor het aangezicht van de Here gezworen had, de Gibeonieten niet te doden. "Aldus zullen zij met hen doen… hen in leven laten, opdat geen toorn over ons kome vanwege die eed." (Jozua 9:20) De Gibeonieten hadden zich met oude versleten klederen gekleed en waren met oud brood naar de Israëlieten gekomen omdat ze bevreesd waren, dat Jozua hen als volk met de ban zou slaan, zoals de Here hem geboden had. Jozua sloot een verbond met hen, waarop later bekend werd dat het hier niet om en paar zwervelingen, maar om de Gibeonieten ging. Men heeft toen gezworen hen niet te doden maar hen tot houthakkers en waterputters voor de vergadering en voor het altaar des Heren te maken.

Saul had in zijn ijver hier geen rekening mee gehouden en had in zijn blinde ijver de Gibeonieten bijna uitgeroeid. Hoe zorgvuldig de Here omgaat met gemaakte afspraken laat 2 Samuël 21 ons zien. De Here laat een sterke hongersnood toe om deze wandaad van Saul aan het licht te brengen. Wij denken vaak met verborgen zonden een heel eind te komen, maar wanneer we ze niet belijden, blijft de zonde tussen ons en God instaan! Zo ook bij Achan, die het goud en de klederen in zijn tent verborg, waardoor hij geheel Israël een nederlaag bezorgde. Ook hier zien we dat de zonde met wortel en al uitgeroeid moest worden. Hetzelfde principe zien we ook nu weer terugkomen. David zocht de Heer om er achter te komen wat de oorzaak van de hongersnood was. God wees hem op het gedrag van Saul, die de Gibeonieten gedood had en daardoor bloedschuld op zich geladen had. In Vers 3 zien we hoe David een weg zoekt om verzoening te bewerken zodat het erfdeel des Heren weer opnieuw gezegend kon worden. Er was geen andere mogelijkheid dan de openbaring van Gods gerechtigheid: het huis van Saul diende alsnog gestraft te worden. Als verzoeningsoffer worden twee zonen en vijf kleinzonen van Saul gedood om zo de toorn van God weg te nemen… God had het immers in Jozua aangekondigd, en met God valt niet te spotten, Hij houdt zijn woord! We moeten hierbij niet vergeten, dat de genadetijd pas aanbrak bij de verschijning van de Here Jezus op aarde. In het Oude Testament ging het er vaak heel anders aan toe. In ons geval werd de Here Jezus geofferd om voor ons verzoening te bewerken. Natuurlijk is dit een hele moeilijke geschiedenis om te aanvaarden, hoewel we het verstandelijk wel kunnen begrijpen. De les: God gaat niet zomaar aan de misstappen voorbij, ook na vele jaren niet, Hij roeit het kwaad tot en met de wortel uit.



Er staat in de Bijbel dat we geen beeld van de Here God mogen maken en dat het geloof uit het gehoor is. Moeten wij ons dan niet verre houden om bijvoorbeeld Jezus uit te gaan beelden in een film, zoals The Passion of Christ? Wij vinden dit zeer oneerbiedig. (P. W. te B.)



Antwoord:

Uw vraag zult u waarschijnlijk afgeleid hebben van het tweede gebod uit Exodus 20:4 "Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enig gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is. Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen, want Ik de Here, uw God, ben een naijverig God…" In Exodus 34:17 en Leviticus 19:4 wordt een verbod op gegoten beelden gegeven en in Deuteronomium 4:15-18 lezen we, dat Mozes het volk leerde, dat Hij op de berg geen gestalte van God gezien heeft en dat wij dan ook geen gestalte van goden, dieren, mannen, vrouwen, vissen en vogels mogen maken om die te aanbidden. Ook leert hij hen, niet voor de zon, de maan en de sterren neer te knielen. U begrijpt wel dat dit verbod te maken heeft met afgoderij. Het ging dus om allerlei en niet alleen om afbeeldingen van God alleen. Zo lezen we in 2 Koningen 18:4 dat Hiskia de koperen slang, die Mozes gemaakt had verbrijzelde, omdat deze slang voor de Israëlieten een object geworden was om van tijd tot tijd daaraan te offeren.

Ik neem aan, dat we wel films van de natuur mogen maken en bekijken. Een beeldhouwer kan ook hele mooie beeldjes maken en een schilder mooie schilderijen. Het mag allemaal, zolang het geschapene maar niet aanbeden wordt. Een film over het leven van de Here Jezus heeft niet zo zeer te maken met het tweede gebod. Het heeft veel meer te maken met de vraag of dit wel van respect en eerbied spreekt. In 2 Corinthiërs 5:16 staat: "Zo kennen wij dan niemand naar het vlees. Indien wij al Christus naar het vlees gekend hebben, thans niet meer." Aan de ooggetuigen van de Here Jezus, die toen nog in leven waren, werd gezegd om het aardse beeld van de Here Jezus nu maar te vergeten want de Here Jezus was inmiddels verheerlijkt. Hij is niet die lange, slanke, knappe en vriendelijke man
met half lang haar en een baard die in onze verbeelding vanuit de kinderbijbels ons tegemoet stapt. Hij is de verheerlijkte Heer zoals we Hem ontmoeten in Openbaring 1:12-16.

Paulus leert ons duidelijk: "Thans niet meer"… Hij is nu verheerlijkt.

Vroeger heb ik tijdens de vele kinderclubs de kinderen met flanelplaten over de Here Jezus verteld. Er zaten ook plaatjes van de Here Jezus bij maar ik heb het nooit als verkeerd ervaren. Het gaat er maar om hoe respectvol je met deze visualisering van de Here Jezus omgaat. Een Jezusfiguur, die in de film Jesus Christ Superstar verliefd op Maria van Magdalena wordt vindt is respectloos ten opzichte van de Here Jezus. Je kunt je ook afvragen of de sensatie van het vreselijke lijden waarmee de Jezusfiguur die in The Passion speelt te maken krijgt, ook bijdraagt tot de eer van - en het respect voor de Here Jezus. De apostelen die de lijdensgeschiedenis in de Bijbel beschrijven zijn op dit punt eensluidend zeer terughoudend geweest. In ieder geval spetterde het bloed er niet vanaf toen ze hun berichtgeving over de kruisiging gaven. Zouden ze gemeend hebben om via deze film een hardere methode gevonden te hebben om, de inmiddels voor het Evangelie immuun geworden ziel, nu eindelijk wel eens te raken? Het gevaar is, dat mensen inderdaad in hun gevoel aangeraakt worden en uit medelijden zich tot Christus bekeren terwijl het lijden van Christus juist de hopeloze situatie van een zondaar moet laten zien.



Hoe kunnen er nog mensen tijdens de Grote Verdrukking tot geloof komen als Gods Geest inmiddels weggenomen is. Zijn er dan nog predikers, is het een ander soort bekering? (D. M. te A.)



Antwoord:

2 Thessalonicenzen 2:5-7 leert ons dat, wanneer de Wederhouder weggenomen is, de mens der wetteloosheid zich zal openbaren. In dit gedeelte zien we dat deze Wederhouder de Heilige Geest is, die bij de Opname van de Gemeente ook weggevoerd zal worden. De Heilige Geest is dan niet meer woonachtig op aarde maar werkt nog wel op aarde, maar dan op een Oud Testamentische manier. Er zullen nog mensen tot geloof komen, niet omdat er nog predikers zullen achterblijven maar omdat de boodschap, vervat in de Bijbel, boeken en lectuur over de Bijbel, wel achter zullen blijven. De boodschap zal na de Opname van de Gemeente ook niet vergeten - maar met name bevestigd worden. Daarnaast zijn er 144.000 verzegelden, dienstknechten van God die Hem zullen dienen en de twee Getuigen die God zal zenden om het hart van het volk te bekeren. In Openbaring 14:6 lezen we ook nog over een engel die het "eeuwig evangelie" aan alle volk en stam en taal en natie verkondigt. De verkondiging van het evangelie ligt tijdens de Grote Verdrukking dus zeker niet stil. Er zal nog een grote massa mensen bereikt worden.



ds. Theo Niemeijer