Vragen - jrg. 81-07

ds. Theo Niemeijer • 81 - 2005/06 • Uitgave: 7
Vragen



In Openbaring 11:8 wordt de stad Jeruzalem geestelijk Sodom en Egypte genoemd. Wat betekent dat? (G. S. te E.)



Antwoord:

Vlak voor de komst van Christus zal de antichrist op aarde heersen. Hij zal de stad Jeruzalem uitkiezen als religieus centrum voor de gehele aarde. In de tempel te Jeruzalem zal hij de “gruwel der verwoesting” oprichten, waarbij Hij zichzelf zal verheffen tot God om zich in de tempel te laten aanbidden. In de voorbereiding hier naar toe, zal het volk Israël met de antichrist een verbond sluiten. De heilige stad Jeruzalem zal steeds meer op de zondige stad Sodom gaan lijken. Hoewel het joodse volk eens vanuit de slavernij in Egypte verlost werd, zal Jeruzalem steeds meer de kenmerken van Egypte gaan dragen. Door hun afval van de levende God zullen ze opnieuw tot slavernij gebracht worden. Men denkt vrij te zijn, zonder te weten, dat de inwoners van Jeruzalem opnieuw in slavernij verkeren. Zo zal het aan het einde der tijden met Jeruzalem vergaan.

Na de wederkomst van Christus, zal Jeruzalem weer geheiligd worden en zal de heerlijke tempel, beschreven in Ezechiël 40-42 gebouwd worden en Jeruzalem de eeuwige, Heilige stad worden, van waaruit Christus op aarde zal regeren.



T. D. te F. vraagt ons of we elkaar in de hemel zullen herkennen, of zij die al bij de Heer zijn nog kunnen meemaken, wat hier op aarde gebeurt, hoe groot het nieuwe Jeruzalem zal zijn en hoe het zal zijn op de nieuwe hemel en de nieuwe aarde?



Antwoord:

Paulus schrijft in 1 Corinthiërs 13:12 “Want nu zien wij nog door een spiegel in raadselen, doch straks van aangezicht tot aangezicht.” De koningin uit Scheba riep na haar bezoek aan Salomo uit: “Waarlijk de helft was mij niet aangezegd!” (1 Koningen 10:7) De heerlijkheid van Salomo overtrof haar voorstellingsvermogen en verwachtingen. De hemelse heerlijkheid kunnen wij in dit leven niet bevatten. Toen Paulus een glimp van dit hemelse leven opving, zei hij hierover later, dat het onmogelijk voor hem was om hier over te praten… men zou het niet kunnen bevatten, laat staan begrijpen. Wanneer we ons met dit onderwerp bezighouden, behoren we ons alleen te houden aan dat, wat de Bijbel ons hierover leert.

Zo lezen we in Gods Woord, dat de gelovigen na hun sterven en opstanding duidelijk herkenbaar waren. Dat lezen we bijvoorbeeld van Mozes, die door de apostelen duidelijk als Mozes herkend werd. (Mattheüs 17:3-4) Ze hadden Mozes nog nooit ontmoet, maar wisten wel dat hij het was. Zo was het ook met Elia, die daarbij ook aan de apostelen verscheen. Zo werd de Here Jezus ook na zijn opstanding herkend, niet zozeer aan uiterlijke kenmerken maar veel aan dat wat Hij zei en deed.

Ondanks dat we elkaar herkennen, zal er geen gemis zijn. Gezins- enhuwelijksverbanden worden in de hemelse heerlijkheid niet voortgezet. De hemelse heerlijkheid is niet een voortzetting van ons aardse leven… nee, het is een totaal nieuw leven, dat niets met het aardse leven te maken heeft. We zijn samen één groot gezin, met veel diepere en mooiere relaties dan de mooiste relaties die je op aarde ooit kunt hebben.

Er is dan ook geen leeftijd meer… geen bejaarden en jonge kinderen… we zijn allemaal volmaakt, zonder enig gebrek, pijn of moeite.

We ontvangen ook een echt lichaam, niet zoiets als waarin een geest verschijnt, maar een waarachtig lichaam, zoals de Here Jezus na zijn opstanding, waarmee Hij veertig dagen aan zijn apostelen verscheen, met hen at en dronk en hen aanmoedigde Hem aan te raken, om te ontdekken dat Hij een waarachtig lichaam bezat.

Tijdens het Messiaanse Vrederijk zal het hemelse Jeruzalem als een “Lichtstad” boven de aarde zweven om haar licht op aarde te laten schijnen. De verloste gemeente zal dan samen met hun Heer in deze stad wonen en vanuit deze stad op aarde regeren. Omdat we een hemels lichaam hebben is er voor de verloste gemeente en de op aarde levende mensen geen afstand. Zoals de Here Jezus met zijn verheerlijkt lichaam door dichte deuren verscheen en er voor Hem geen tijd bestond om nu hier, dan weer daar te verschijnen, zo zal het wonen in het hemelse Jeruzalem, absoluut geen belemmering zijn voor de gemeente om dan toch nog op aarde te regeren. Het verheerlijkte lichaam is niet meer aan tijd en plaats gebonden!

Hoe dit hemelse Jeruzalem eruitziet wordt in Openbaring 21:9-22:5 beschreven.

Na het Vrederijk komt er een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Dan zal God voor altijd bij de mensen wonen. Dan is de afstand tussen hemel en aarde voorgoed verdwenen. Dan komt als het ware de hemel op de aarde (of andersom!) De situatie die dan heerst wordt in Openbaring 21:1-8 beschreven. Kennelijk vond de Here deze informatie hierover voldoende en laten we er dan ook niet meer van maken, dan datgene wat hierover in de Bijbel staat.



U schrijft in Het Zoeklicht, dat er in Genesis 7:1 eigenlijk staat: “Kom in de ark” in plaats van “Ga in de ark” en schrijft daarbij, dat hieruit blijkt, dat God Zelf ook in de ark aanwezig was en dat Hij Noach en zijn gezin tot Zichzelf uitnodigde. In de NBG-vertaling staat echter “Ga in de ark”, zo ook in de Statenvertaling. Wat staat er nu eigenlijk in de grondtekst? (V. V. te P.)



Antwoord:

In de Hebreeuwse tekst staat: “wajòmer hasjêm lenòch: bo’…El hatêvah attah wekhol bêjtekha” wat we letterlijk vertalen met: “Hierna zei de Paraatblijkende (Here) tot Noach: Kom in de ark, gij en uw hele huisgezin”. Met name de engelse vertalingen, zoals de ”King James Version” hebben dit gedeelte dan ook werkelijk en woordelijke vertaald met “Kom in de ark.”



Ds. Theo Niemeijer