Aanslagen op Joodse doelen - onmacht, onkunde of onwil?
Deze week werd de wereld opgeschrikt door aanslagen tegen diverse Joodse doelen. In de Amerikaanse staat Michigan reed een man in op een synagoge, in Europa waren er aanslagen op synagoges in onder andere Rotterdam en Luik. Het is weer een nieuw dieptepunt in het steeds duister wordende antisemitisme.
Naast de aanslagen op synagogen in Rotterdam en Luik, was er ook een aanslag op een Joodse school in Amsterdam. Gelukkig richtten de terroristische daden niet veel schade aan. De aanslag op de synagoge in Rotterdam kwam niet verder dan een brand bij de ingang van het gebouw buiten. Ook de aanslag op de Amsterdamse school bleef bij een poging een buitenmuur op het terrein in de brand te steken. Opvallend detail is dat de jongemannen (allemaal tussen de 17-19 jaar, jongetjes dus) die zijn aangehouden voor de aanslag op de synagoge te Rotterdam, zijn opgepakt terwijl ze zich ophielden bij een andere synagoge. De politie heeft niet bekend gemaakt of de jongemannen ook deze synagoge wilden aanvallen, maar dat lijkt geheel aannemelijk.
Gebrek aan respons
De ophef die deze terroristische aanslagen teweeg brengt is relatief gering. De lijnen in de media zijn deze ochtend al voorspelbaar uit te tekenen: de NOS en NU spreken over een ‘explosie’ en dat ‘de burgermeester spreekt van een aanslag’, terwijl de Telegraaf en Geenstijl het woord ‘aanslag’ prominent in de koppen van hun artikelen laten terugkomen. Maar verder komt het niet.
De verontwaardiging is over het algemeen uiterst gering, ook bij bestuurders en politici.
Er worden in het meest gunstige geval stevige woorden gesproken, maar er verandert niets. En zo wordt het antisemitisme over de tijd alleen maar erger en extremer. Neem Jetten die reageert op wat er is gebeurd: ‘Verschrikkelijk. In Nederland mag geen plek zijn voor antisemitisme. Ik begrijp de boosheid en angst en ga snel in gesprek met de Joodse gemeenschap. Zij moeten zich altijd veilig weten in ons land.’ En Femke Halsema, burgermeester van Amsterdam heeft het over een ‘laffe daad van agressie’ en: ‘Explosieven bij een school laten afgaan, waarmee ouders en kinderen bang worden. Dat is zo ongelooflijk asociaal en onverantwoord. We nemen nu extra maatregelen. Dat hebben we gisteren al gedaan, naar aanleiding van Rotterdam. En we zijn nu aan het kijken wat er nu verder moet gebeuren.’
Zoals gezegd grote woorden, maar: wat gebeurt er nu feitelijk? Waarschijnlijk - en ik besef dat ik in herhaling val - weinig tot niets, want dat is de modus operandi van onze bestuurders: veroordelen met woorden en het daarbij laten. Steeds. Maar. Weer. Weet iemand bijvoorbeeld nog van de actie van Tweede Kamerleden ‘Sta op tegen antisemitisme’ na 7 oktober 2023? We moeten allemaal opstaan en deze tekst delen op de socials… en… daar bleef het bij. Geen maatregelen, geen ‘tot hier en niet verder’ en dan treden we op. Geen wetgeving, geen handhaving. Niets.
We zijn niet zomaar aangeland bij de terroristische aanslagen op het Nederlandse Jodendom van dit weekend. Het is een patroon dat je uit kunt tekenen, want als je niet ingrijpt en grenzen stelt is het hek van de dam. De Jodenhaat zit diep. En dat van die maatregelen van Femke Halsema naar aanleiding van Rotterdam dan, waarover ze zelf bericht? Kennelijk stelde ook dat niet veel voor, want nog geen dag later wordt kan er een aanslag op een Joodse basisschool worden gepleegd. Opnieuw grote woorden, maar geen daden.
Onmacht, onkunde of onwil?
Ik sluit me dan ook aan bij wat de Israëlische regering in een bericht op de socials liet weten naar aanleiding van de vele antisemitische incidenten in ons land: ’The Dutch government needs to do much more to fight antisemitism.’ Oftewel: ‘De Nederlandse regering moet veel meer doen om antisemitisme te bestrijden.’ Waarom ze dat niet doen? U mag het zeggen. Is het onmacht, onkunde, of onwil?
Roelof Ham
Wil je deze content helpen mogelijk te maken? Je kunt ons werk steunen door een gift te geven.