Image

Vrijheid van meningsuiting, maar wel alleen voor de juiste mening

Opinie
19 december 2025

Eind november vond in het Driestar College in Gouda een bijeenkomst plaats van behoudende christenen waarbij ook conservatieve opiniemakers zoals Wierd Duk aanwezig waren. Er werd gepleit voor de vorming van een conservatieve beweging of zuil (waaraan we in het komende nummer van ons maandblad aandacht zullen besteden) en voor het behoud van conservatieve, christelijke waarden. De reactie daarop was er een van onverdraagzaamheid. Geldt de vrijheid van meningsuiting eigenlijk nog wel voor christenen?

 

Vrijheid van meningsuiting
De vrijheid van meningsuiting is verankerd in artikel 7 van onze Grondwet. Dit artikel stelt dat je vooraf geen toestemming nodig hebt om iets in het openbaar te uiten. Letterlijk spreekt de tekst over het ontbreken van ‘voorafgaand verlof’ voor media en publicaties om informatie openbaar te maken. Toestemming is dus niet nodig. Wel gelden er in Nederland grenzen aan de vrijheid van meningsuiting. Uitspraken en publicaties kunnen achteraf door de rechter worden getoetst op strafbaarheid. Daarbij worden de volgende criteria gehanteerd:

  • Groepsbelediging: Belediging van een groep mensen vanwege hun ras, godsdienst of geaardheid.

  • Aanzetten tot haat, geweld of discriminatie.

  • Smaad en laster: Het opzettelijk zwartmaken van een persoon met onwaarheden.

  • Opruiing: Mensen aansporen tot het plegen van strafbare feiten.

Ook het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) onderschrijft dit principe in artikel 10: je mag zeggen wat je wilt, zolang je de democratische samenleving niet ondermijnt.

Ophef
In Gouda spraken de deelnemers onder andere over lhbti-kwesties en de invloed van de islam op onze samenleving. Daar klonk, begrijpelijkerwijs, niet het politiek correcte narratief van progressief en woke Nederland. Dat ging diezelfde progressieven dan ook veel te ver. De lokale afdeling van GroenLinks liet weten de bijeenkomst ‘doodeng’ te vinden. Ze riepen het college van burgemeester en wethouders op om op te treden en pleitten zelfs voor een rechtszaak over de gedane uitspraken. Al vóór de bijeenkomst werd er buiten het gebouw gedemonstreerd.

Vrijheid van meningsuiting: niet voor behoudende christenen?
Deze links-progressieve politici gebruiken hun eigen, persoonlijke gevoelens over de bijeenkomst als uitgangspunt voor censuur en juridische stappen. Maar of iemand iets ‘doodeng’ vindt, is niet de maat der dingen. De vrijheid van meningsuiting is juist bedoeld om de breedte van schurende meningen in een democratie zichtbaar te maken; dat is een van de fundamentele pijlers van onze rechtsstaat. Zonder die ruimte vervallen we in een dictatuur van de dominante, politiek correcte mening.
Het verwijt van intolerantie als reden is om de vrijheid van meningsuiting in te perken, is totaal onzinnig. Bovendien is iets ‘intolerant’ noemen om het vervolgens te willen verbieden, de feitelijke definitie van intolerantie. Een robuuste democratie moet tegen een stootje kunnen en ruimte bieden aan een veelheid van meningen.

Toch beweegt de samenleving de andere kant op. Mensen gunnen elkaar steeds minder en de strijd tussen de uitersten op het politieke spectrum verhardt. Uitsluiting en verachting zijn schering en inslag. Dit heeft grote gevolgen, zeker voor behoudende christenen. Naar mijn overtuiging is wat we rondom deze bijeenkomst in Gouda zien geen incident, maar meer en meer de nieuwe regel. We zagen het eerder ook al bij bijeenkomsten van Christenen voor Israël, de Mars voor het Leven, wakers bij abortusklinieken en aanvallen op straatevangelisten. En we zullen vaker te maken krijgen met dit soort tegenwerking, doxing, uitsluiting en sociale controle. Overheden kunnen en zullen subsidies intrekken, ANBI-statussen ter discussie stellen en/of vergunningen weigeren. Rechtszaken tegen christelijke sprekers en denkers zullen toenemen. Dit is de vorm waarin geloofsvervolging in ons land zich zal manifesteren.

Profetische duiding
Deze tendensen zijn profetisch te duiden. Het heeft alles te maken met de eindtijd en de mens van de laatste dagen. Deze mens is namelijk steeds openlijker in opstand tegen God. Het afwijzen van God en het vervangen van Hem door afgoden blijft niet zonder gevolgen. Dat lezen we al in Romeinen 1. Men glijdt dan met de tijd af van kwaad tot erger. De weerstand tegen het christelijke geloof en zijn aanhangers is daar een logisch uitvloeisel van. De mens is immers meer een liefhebber van zichzelf en van genot dan van God (2 Timotheüs 3:4-5) en wil daarom niets van Hem weten of horen.

In 1 Timotheüs 4 en in 2 Timotheüs 4 lezen we over de invloed van leraren die mensen naar de mond praten en zeggen wat zij graag willen horen. Hoewel dit daar op dwalingen binnen de gemeente slaat, kun je dit principe ook toepassen op een samenleving die van God los is. Ook daar wil men de waarheid van God de Schepper niet meer horen, maar zoekt men slechts naar wat de oren kietelt. Onze Bijbelse overtuiging wordt dan een hinderpaal die geruimd moet worden. Geloven mag nog wel, maar dan wel achter de voordeur en in stilte.

Het is echter aan ons om niet te zwijgen. De Bijbel roept ons op om te staan voor de waarheid van Gods Woord in Jezus en niet bang te zijn. Niet bang voor het verlies van wat we hebben in status of bezit, en niet bang voor machten en overheden. Laten we God vrezen en voor Hem staan, zodat het licht van het Evangelie en Zijn waarheid blijft klinken.

Bron: Nieuwrechts

 De afbeeldingen bij dit artikel zijn niet met AI gegenereerd