De paradox van inclusie: Waarom de HU christelijke feestdagen neutraliseert
De Hogeschool Utrecht verwijdert christelijke feestdagen van haar kalender. ‘Het is niet meer van deze tijd,’ zo vindt men. De leiding van de onderwijsinstelling heeft daarom termen als 'Pasen' en 'Pinksteren' vervangen door het neutrale 'feestdag'. Bevrijdingsdag en Koningsdag blijven wel met naam en toenaam behouden. Dit getuigt van een antichristelijke vooringenomenheid.
De school voert dit beleid vanuit het idee van inclusie, of zoals collegevoorzitter Wilma Scholte het zegt: ‘Ik vind het ook belangrijk om er voor iedereen te zijn.’
Deze beleidskeuze is veelzeggend, want het laat zien hoe de leiding van deze school denkt over het christelijk geloof: negatief. Het christelijke geloof is in hun ogen kwetsend en exclusief, in de zin dat het mensen uitsluit. En kennelijk geldt dit alleen voor het christelijke geloof, want voor andere nationale feestdagen telt het niet. Dit is vanuit de premisse om niemand uit te sluiten, hoogst vreemd. Immers, het vieren van Koningsdag stoot republikeinen voor het hoofd en kwetst misschien wel de bevolkingsdelen die uit onze voormalige koloniën komen. Kijk alleen maar naar de discussie over de afbeeldingen op de Gouden Koets. En Bevrijdingsdag is kwetsend voor de progressieve beweging van dit moment, getuige de verstoring en demonstraties tijdens de viering van dit feest het afgelopen jaar. In deze progressieve beweging zitten juist veel studenten van hogescholen en universiteiten. Je zou denken dat dit er toe zou doen, maar om een of andere (arbitraire) reden, dus niet. Of en hoe zij gekwetst worden, dat doet er in het idee van inclusie van de Hogeschool Utrecht niet toe.
Eindtijd
Misschien denk je: waar gaat het over? So what dat ze een paar christelijke feestdagen niet meer benoemen... Het gaat ook niet om deze feestdagen op zich, maar om het signaal dat de school hiermee uitzendt. Meer en meer wordt het christendom naar de marge gedreven van de maatschappij. Het wordt door dit soort beleidsvoornemens impliciet als iets slechts, fout en verkeerds weggezet. Iets dat bestreden dient te worden. Dat maakt het ook een teken van de tijd, want de verdraagzaamheid voor het goede van God, waaronder Zijn kinderen, wordt allengs minder, zo leert de Bijbel, naarmate de Dag van de Heere dichterbij komt. De mens van vandaag is met recht meer een liefhebber van zichzelf en zijn of haar zinsgenot, dan van God en waar Hij voor staat (2 Tim. 3: 4).
Bron: Nieuwrechts
Wil je deze content helpen mogelijk te maken? Je kunt ons werk steunen door een gift te geven.