Zoeken in Het Zoeklicht

Onze benadering

De voorganger van onze gemeente heeft mij wat gegevens aangedragen
in reactie op het artikel over de Gemeentegroeibeweging in nummer 26 en mij attent gemaakt op de manier waarop de predikers in Handelingen rekening hielden met hun gehoor. Ze namen niet zichzelf als uitgangspunt, maar hun gehoor. Zij benaderden mensen
altijd in aansluiting op wat ze aanwezig veronderstelden. Op de oude Kweekschool werd ons dat altijd als pedagogisch principe meegegeven: “Beginnen waar de leerling zich bevindt.” Je zoekt aanknopingspunten in je benadering.
De sprekers in Handelingen zochten in eerste instantie altijd aansluiting bij hun hoorders. Dat begint al direct met de toespraak van Petrus in hoofdstuk 2. Hij sluit aan bij wat ze weten van Joël in zijn toespraak van hoofdstuk 2 en in hoofdstuk 3 knoopt hij aan bij Mozes en de aartsvaders. Zij zochten altijd naar een gemeenschappelijke
basis. Vervolgens wordt er iets nieuws gebracht of waar nodig wordt de confrontatie
gezocht. Bij het gesprek met de Joden worden Bijbelgedeelten
aangehaald. Bij heidenen kan men inhaken op wat een van hun dichters heeft gezegd. Zoals Paulus dat doet in hoofdstuk 17, waar hij zelfs complimentjes aan de Atheners geeft voor hun godsdienstigheid
(vers 22, 23). Hij laat zien, dat hij in hun wereld geïnteresseerd
is en haakt in op hun onwetendheid aangaande de ware God. Hij citeert niet eens uit de Bijbel, maar citeert één van hun dichters (vers 28).



Wat denkt en wat weet die ander? Wat heeft hij gezien of meegemaakt?
We zien in Handelingen 7 ook een heel goed voorbeeld in de toespraak van Stefanus. Hij geeft een uitgebreid overzicht van de geschiedenis van de Joden met in de verzen 9, 27 en 35 een kleine verwijzing naar de miskleunen uit hun voorgeslacht om uiteindelijk in vers 51 en 53 de confrontatie aan te gaan en hen te wijzen op hun verzet tegen de Heilige Geest. Maar het begin van zijn verhaal gebruikt
hij om zo gemeenschappelijk
mogelijk te zijn. Hij gebruikt in aanvang almaar het woordje ‘onze’ om die gemeenschappelijkheid te laten voelen. Hij komt dan pas aan het einde van zijn toespraak bij de confrontatie terecht. In 4:8-12 haalt Petrus de Psalm aan over de Hoeksteen die gelegd is. In hoofdstuk
10:28-44 heeft hij een bijzondere
benadering om Cornelius het Evangelie duidelijk te maken. Hij verwijst zelfs naar zijn goede werken.
In 11:15-17 wordt duidelijk dat als God zegent dat niemand daar vragen over hoeft te stellen. In 15:7-21 maakt Petrus een einde
aan de woordenstrijd door te wijzen op de reiniging van zonden die zowel het deel is van Messiasgelovige
Joden als van Messiasgelovige
heidenen.



In je pogingen om mensen voor de Heer te bereiken benader je hen niet met hen iets af te nemen, maar wil je aansluiten bij waar ze zich bevinden. Een reformatorische
kerkganger die met vraag één van de catechismus verstandelijk
instemt en niet de zekerheid
van een persoonlijke relatie met de Heer kent, hoef je niets af te nemen. In Frankrijk heb ik ooit een heel gereformeerd gezin van twee ouders en hun twee tieners tot een warme persoonlijke relatie met de Heer mogen brengen. Je voegt gewoon aan ellende, verlossing
en dankbaarheid de volledige beschikbaarheid toe en de verzoening
en bevrijding neemt de plaats in van verstandelijke godsdienstigheid.



Men kan o.a. aan de hand van het boek van Doelgericht Leven aan deze verzoening en bevrijding structuur geven. Men komt hierdoor
geestelijk verder dan enkel de berusting in een verstandelijke instemming met een bepaalde leer. Velen getuigen dat zij hierdoor een betere basis hebben ontvangen om geestelijk verder te komen. In mijn artikel over gemeentegroei schreef ik over criticasters die de zegen van anderen afpakken door hun negatieve kritiek. Eén van deze mensen die ik hierbij ook op het oog had stootte zich aan dat woord. Ik had natuurlijk kunnen
volstaan met het woord critici
(excuus!). Ik kan me zelf ook wel vinden in de kritiek op een te eenzijdige nadruk op ervaring en daarop moet men bedacht zijn in onze moderne tijd. Vooral wat er vanuit de New Age beweging op ons afkomt, waardoor men af kan glijden naar on-Bijbelse situaties. Daarover een volgende keer.



Onlangs werd onze redacteur, Joop Schotanus, door Hare Majesteit de Koningin bevorderd tot Ridder in de orde van Oranje Nassau, wegens zijn grote verdiensten in het wereldwijde werk van de zending. Trots feliciteren onze broeder hiermee van harte!