Zoeken in Het Zoeklicht

Moschia - Verlosser!

Jaargang: 84 - 2008, Nummer: 13
De Here stelt Zichzelf voor

In het Oude Testament komen opmerkelijke begrippen voor, die eigenlijk vormen van een bepaald werkwoord zijn, maar in de Hebreeuwse Bijbeltekst veelal als zelfstandig naamwoord functioneren. Tot deze woordengroep behoort de uitdrukking ‘moshí­a’ (uitspraak: mosjí­a), die vaak wordt vertaald met ‘verlosser’. (Niet te verwarren met ‘mashiach’/Messias/Gezalfde). Deze vorm ‘moshia’ is afgeleid van het Hebreeuwse werkwoord ‘yasha’ dat betekent: verlossen, (uit)redden, heilbrengen, zaligmaken; hiervan is ook de naam ‘Jeshua’/Jezus afgeleid.
De van ‘yasha’/verlossen afgeleide vorm ‘moshia’ duidt aan dat iemand op actieve wijze verlossing tot stand brengt, optreedt om uitredding te bewerken, doelgericht handelt om behoeftigen te helpen en ingrijpt als verlosser. Een ‘moshia’ bevrijdt als helper de mens in nood. De ‘moshia’ ziet, hoort de hulproepende mens en verlost. De term ‘moshia’ kan zo vertaald worden met: verlosser, bevrijder, (uit)redder, helper, heilbrenger, zaligmaker.
In de oudtestamentische tekst komt ‘moshia’/redder 33 keer voor. Zo worden onder meer de richters Othniël en Ehud aangeduid als ‘moshia’/uitredder (Richt. 3:9,15). In de waarschuwende beschrijving van de rampspoed die Israël als straf voor ongehoorzaamheid zal treffen zegt God: “…u zult verdrukt en beroofd zijn… en er zal geen ‘moshia’/redder zijn…” (Deut. 28:29,31). Ook Davids vijanden riepen in nederlaag tot God, maar er was geen ‘moshia’/verlosser (Ps. 18:42). In de geschiedenis van Joachaz lezen we dat deze koning de Here ontrouw was en Israël in zijn zonden mee sleurde. Toen God hem daarom overgaf in vijandige handen, bad hij tot Hem en werd verhoord: “Toen gaf de HERE Israël een ‘moshia’/verlosser…” (2Kon. 13:5). Maar Israël vergat de Here spoedig, zoals vroeger in de woestijn: “Zij vergaten God, hun ‘moshia’/Heiland, Die grote dingen in Egypte had gedaan.” (Ps. 106:21). Dit geldt ieder, die les moeten wij van Israël leren!

Onverminderd geldt: “Israëls hoop is zijn ‘moshiaÂ’/verlosser in tijd van nood” (Jer. 14:8). David had de Here leren kennen als ‘moshia’/verlosser en zingt hiervan: “Mijn schild is bij God, de ‘Moshia’/Zaligmaker/Redder van de rechten van hart…” (Ps. 7:11). In Psalm 17 horen wij hoe David in grote nood de Here om hulp bad: “HERE… neem mijn gebed ter ore… Ik roep U aan, omdat U mij verhoort…” (vers 1,6). Hij wist dat God hem verhoorde, maar ook dat Hij een ‘moshia’/Uitredder is voor ieder die op Hem vertrouwt (Ps. 17:7). Een belangrijke les over God die wij ook met David mogen leren!

Bijzonder is het gebruik van het woord ‘moshia’/verlosser wanneer de Here Zichzelf voorstelt als Verlosser en Zaligmaker. Het Nederlands heeft daarvoor de bijzondere term ‘Heiland’, dat is De Redder die eeuwig Heil verschaft.
De term ‘moshia’/Heiland horen wij op deze manier vooral bij Jesaja. Hij gebruikt deze uitdrukking om duidelijk te maken dat er maar één God is, tevens de enige ‘moshia’/Redder. Bij monde van Jesaja verkondigt God Zijn volk uitredding, ondanks hun ontrouw en houdt Israël en een ieder voor, dat Hij de Schepper van hemel en aarde is en dat er buiten Hem geen enkele god is. Die grote God nodigt allen Hem te horen en zich te laten verlossen. Zo stelt God Zichzelf voor als ‘Moshia’/Heiland: “Want zo zegt de HERE die de hemel geschapen heeft… Ik ben de HERE en niemand meer… er is geen god behalve Ik, een rechtvaardig God en een ‘moshia’/Heiland is er buiten Mij niet” (Jes. 45:21). God belooft Zijn volk verlossing en zegt: “Want Ik ben de HERE, uw God, de Heilige Israëls, uw ‘moshia’/Verlosser…” Nadrukkelijk stelt God Zichzelf voor als de Enige Redder die er voor hen is: “…Ik, Ik ben de HERE en er is geen ‘moshia’/Heiland/Redder buiten Mij” (Jes. 43:3,11). “En u zult weten dat Ik HERE ben, ook uw ‘moshia’/Verlosser ben Ik…” (Jes. 60:16; vgl. 63:3). Ook in Hosea’s profetie klinkt: “Maar Ik ben de HERE uw God… en buiten Mij er is geen ‘moshia’/Heiland” (Hos. 13:4). Een exclusieve heilsboodschap!

In onze nood redde de Here Jezus ons van satans geweld. Wat een voorrecht nu door/voor deze ‘Moshia’/Heiland te mogen leven om Hem dankbaar te dienen: “Mijn God, mijn rots bij Wie ik schuil. Mijn schild… mijn ‘moshia’/redder, van geweld verloste U mij” (2Sam. 22:3).

Dr. Gieneke van Veen-Vrolijk